Vriendschap, ‘walgelijke homoseksualiteit’ en eenzaamheid in het Frommel theater

Frank Ligtvoet
9 min readJan 29, 2019

--

Castrum Peregrini sekteleider Wolfgang Frommel ©Museumkijker.nl

Freundschaft zwischen Männern muss erzieherisch sein und tragisch, sonst ist sie widerlich. Dann aber ist sie ein Einbruch in die Bürgerlichkeit.’ ‘Vriendschap tussen mannen moet opvoedend zijn en tragisch, anders is ze walgelijk. Alleen dan is ze een inbreuk in de burgerlijkheid.

Stefan George

Frank Ligtvoet maakte vanaf 1974 deel uit van een Duitse literaire mannensekte in Amsterdam, Castrum Peregrini. De sekte die gesticht werd door de emigré en schrijver Wolfgang Frommel (1902–1986), was gebaseerd op het gedachtegoed van de Duitse dichter Stefan George (1868–1933). De opvoedende vriendschap tussen mannen en jongens stond daarin centraal: met deze ‘pedagogische eros’ leidde de oudere vriend de jongere in een hogere wereld. Erotiek stond als bij de oude Grieken centraal in de opvoeding. Hoe ver het erotische contact bij Castrum ging hing af van de oudere vriend. Vaak ging het te ver en vaak waren de jongens te jong. Frank Ligtvoet publiceerde de afgelopen twee jaar over Castrum Peregrini en seksueel misbruik in Het Parool, Vrij Nederland, Trouw en in het Duitse literaire tijdschrift Merkur.

Wie was degene die in de Castrum sekte mijn oudere vriend was?* Ik heb geen idee. Ik ging een decennium met hem om, de eerste jaren intiem, en ik had na al die jaren nog geen enkel idee. Ik heb geen kinderfoto’s gezien, geen mooie, rare, gênante familieverhalen gehoord van zijn broers of zijn ouders, geen schoolvrienden leren kennen die hem nog altijd voor gek zetten, of die hem bewonderden omdat hij zijn duim kon laten knakken, geen studievrienden die over zijn altijd stinkende sokken spraken of over dat onverbeterlijke antwoord aan die en die hoogleraar. Ik heb geen gesprekken gevoerd over zijn eerste liefde, zijn ouders, zijn eerste sex, zijn onzekerheden, zijn zwakheden. Er werden evenmin gesprekken gevoerd over míjn ervaringen en gevoelens: hij vroeg er niet naar. En ik was daar misschien wel blij om, omdat mijn adolescente verleden voor ik hem ontmoette een aaneenschakeling was geweest van depressies, lange late nachten en ongelukkige liefdesaffaires. Zulke dingen pasten niet in de wereld die ik via hem binnen zou treden. De widerliche, de walgelijke homoseksueel, zoals Stefan George dat noemde, verborg ik in mijzelf. We vielen elkaar dus nooit huilend in de armen omdat we dingen tegen elkaar gezegd hadden die we nog nooit tegen iemand gezegd hadden. En we stonden nooit woedend tegenover elkaar met gebalde vuisten omdat we elkaar haatten. Wat we vooral deden was praten over ideeën, gebeurtenissen, plekken, boeken en mensen, maar alleen over belangrijke ideeën, belangrijke gebeurtenissen, belangrijke plekken, belangrijke boeken en belangrijke mensen. En we lazen gedichten, gedichten van de grote en enige dichter Stefan George. En soms gingen we met elkaar naar bed.

Er werd veel gelezen en veel gepraat, maar misschien werd er nog wel meer verzwegen. Het onuitgesprokene bleef verweesd achter ergens in mijn hoofd en zat daar als een klein jongetje jaren in eenzaamheid.

Mijn oudere vriend was een buitenlander die voor werk naar Nederland was gekomen, waardoor zijn oude en wellicht gewonere leven niet meteen zichtbaar was. Hij was 18 jaar ouder dan ik en de verhouding was daardoor getekend, goed passend in het erotisch-pedagogische vriendschapsideaal dat de Castrum-kring propageerde, waarin de oudere vriend de jongere opvoedt tot het hogere. De Vriendschap met een grote V. die mijn oudere vriend mij bood was artificieel in de zin van zowel kunstig als kunstmatig, artistiek en artificieel. Zijn gedrag werd gestuurd door de ongeschreven wetten die golden binnen de kring en die via sekteleider Wolfgang Frommel geworteld waren in het ideeëngoed van de Duitse dichter Stefan George. Vriendschap was niet persoonlijk maar bovenpersoonlijk. Persoonlijke intieme vriendschap tussen mannen was homoseksueel en burgerlijk. Vriendschap was groots en vaak tragisch: Gilgamesh en Enkidoe, David en Jonathan, Alexander en Hephaistos, Hadrianus en Antinoüs, Amis en Amiles, Shakespeare en Mr W.H., Stefan George and Maximin. Dat waren de voorbeelden. Vooral de laatste.

Castrum-vriendschap was ook niet exclusief; een oudere vriend kon meerdere jongere vrienden hebben. Frommel zelf had er velen en zijn meest actieve ‘adjudant’ William Hilsley, een muziekleraar op internationale Quaker kostscholen in Nederland, rekruteerde er tallozen. Jaloezie was een verboden gevoel.

Als leraar kon mijn oudere vriend niet zwak en menselijk zijn, karakteristieken die voor een ‘gewone’ vriendschap als het goed gaat uiteindelijk de bindende elementen zijn. Ik heb hem nooit zien huilen of aarzelen of twijfelen. Hij moest sterk de jongere binnenleiden in een mooie, stralende wereld, zoals voorgeschreven in Stefan George’s poëtische ‘handboek’ Der Stern des Bundes.

Ik herinner me een arabische anekdote die mijn oudere vriend vertelde, waarin een man op bezoek gaat bij een vriend en hem thuis aantreft met een bebloed mes naast een lijk. De man grijpt het mes en steekt ook een paar keer in het lichaam van het slachtoffer, zodat hij ook verantwoordelijk wordt voor de moord. Dat was vriendschap: de burgerlijke moraal was er ondergeschikt aan.

Ook ik moest om mijn stralende nieuwe ik te vinden, mijn zwakheid en menselijkheid — alsof Freud niet had bestaan — achter me laten in de ‘onderwereld’. Mozarts Zauberflöte, nomen est omen, waarin Tamino een hogere orde binnengaat en zijn knecht Papageno achterblijft in de gewone, banale wereld, was een geliefde opera. Maar niet alleen zwakheid en menselijkheid bleven achter, ook mijn familie en mijn oude vrienden, die steeds minder pasten in mijn nieuwe leven in de sekte, verloor ik. En zij verloren mij. Ik zag ze wel, maar nam ze niet meer serieus. Wij, mijn oudere vriend en ik en de anderen om ons heen, waren bijzonder en staken boven de gewone rest uit. Ik was een volwaardig lid van de Castrum-sekte geworden. Hij had zijn hoge taak in die kring volbracht. Ik was eenzamer dan ooit. Dat wist ik toen nog niet.

Stefan George’s leven als pedagogisch eroticus was geënsceneerd met een ijzeren discipline. Hij had een grote eveneens sektarische kring met veel jongere vrienden. Hij schermde zich — ook gedwongen door de tijd — zorgvuldig af van de wereld. Of George ooit seks had met zijn jongere vrienden, weet niemand zeker. Er zijn geen schandalen bekend rond zijn seksualiteit, die zich in de loop der tijd van homoseksueel tot pedofiel ontwikkelde. Vrienden, onder anderen de oudere vriend van Frommel, Percy Gothein, die hun seksuele voorkeur te openbaar praktiseerden, werd de toegang tot George ontzegd. Uit duizenden en duizenden bronnen in de nalatenschappen van hem en zijn kring zijn er slechts twee bekend, waarin het bestaan van seksueel contact gelezen kan worden, maar niet expliciet wordt genoemd. Eén bron lees ik desondanks als een verkrachting.**

Frommel, en met hem zijn volgelingen, ontbrak het aan discipline. Hij greep niet in wanneer vrienden in schandalen terecht leken te komen. Hij kwam zelf in schandalen terecht. Een was rond een Arabisch jongetje dat hij in Marrakesh had opgepikt. Hij excommuniceerde niet wanneer vriendschap en criminaliteit elkaar overlapten. Frommels seksueel gedrag was normloos, was dat van een losbandige eind-negentiende eeuwse bohemien die het met iedereen deed. Maar niemand zag dat als normloos, maar als het gedrag vergelijkbaar met dat van een Griekse half-God. Pan was Frommels bijnaam. Omdat Frommel grenzen overschreed, deden zijn volgelingen dat ook.

Hij was niet gedisciplineerd, maar ensceneren deed Frommel zijn leven wel en vanwege zijn transgressies deed hij dat misschien wel extra zorgvuldig. Hij deed het aanvankelijk met succes. Hij creëerde een sekte als een kerk met een eerbiedwaardige geschiedenis, met eerbiedwaardige leden en met contacten in eerbiedwaardige kringen. Mijn oudere vriend geloofde hem en gelooft dank ik nog steeds in hem, zelfs nadat hij tot het inzicht moet zijn gekomen dat Frommel en hij zelf ook grenzen had overschreden, grenzen van goed en kwaad en grenzen van waarheid en leugen. Ook ik geloofde jarenlang in Frommel en geloofde in mijn oudere vriend.

Wolfgang Frommel moet schuilend achter zijn zelf opgetrokken eerbiedwaardige façade eenzaam zijn geweest. Zijn grote voorbeeld Stefan George, die via vrienden en door Frommels hem bewonderende publicaties, wist wie Frommel was, moest weinig van hem hebben en wees het contact dat Frommel zo hartstochtelijk zocht af. Frommel beschreef een ontmoeting die hij met George had in een bijzonder essay, dat lang als hoeksteen van de Castrum sekte had gediend. In 1983 werd duidelijk uit een brief van Frommel aan George, nu in het George archief, dat die ontmoeting fictie was. Frommel was toen al aan het dementeren, dus hij maakte zijn demasqué niet meer mee. De vrienden om hem heen zwegen over zijn verraad en dreigden hen die de brief openbaar wilden maken met processen. Frommel had zijn geheim tot zijn 81ste met zich mee gedragen: niemand had Frommel, de oervriend van zijn vriendenkring, in zijn diepste wezen gekend.

Eenzaamheid is een kanker die zich vastzet in je hoofd en zich dan nauwelijks laat genezen. Als eenzaamheid gevoed wordt door verhevenheid is de ziekte door de lijder eraan niet meer te herkennen en ongeneselijk. Mijn voormalige oudere vriend en al die andere bovenpersoonlijke vrienden zijn ongeneselijk. Ze lijden aan het Anton-Babinski syndroom.*** Niemand in die kring kent elkaar. Iedereen spreekt in een taal die alleen naar een hogere werkelijkheid verwijst, niet naar de banale en aardse wereld van mensen, dingen en gevoelens. Ik kende er niemand, meer dan tien jaar lang bewoog ik me in die kring en ik kende er niemand.

Dertig jaar later ken ik afvalligen zoals ikzelf, met wie ik bevriend met een kleine v. ben geraakt, voor wie ik mijn verhevenheid heb afgelegd en zij de hunne voor mij, en die net als ik nog altijd van de eenzaamheid van toen proberen te genezen. Een van hen schreef me: ‘Er is en was maar een enkeling [in de kring] die ik “persoonlijk” heb leren kennen… en vaak kwam die constatering pas bij het overlijden van een vriend. Wat was het voor mens geweest, en nauwelijks iemand die ik het vroeg, kon er antwoord op geven.’

Het seksueel misbruik van de Frommelianen speelde zich af in de banale aardse wereld, maar de verheven eenzamen hoefden natuurlijk zo laag niet te kijken. Het werd dus niet als misbruik gezien. Soms werden er woorden gevonden om het lage zo te verhogen dat het geïntegreerd werd in de bovenwereld. Mijn vriend X. overkwam dat. Wanneer dat niet lukte en seksueel misbruik zich niet anders kon tonen dan als laag seksueel misbruik, werd het afgedaan als een akelige vergissing veroorzaakt door een onverantwoordelijke vriend en in de doofpot gestopt. Dat overkwam mijn vrienden Y. en Z.

De Frommeliaanse vriendschap genereerde eenzaamheid. Het pand aan de Herengracht dat de woongemeenschap huisde met Frommel en zijn mecenas de schilderes Gisèle van Waterschoot van der Gracht aan het hoofd, was toen ik er in de jaren zeventig kwam geen gezellige plek. Er woonden eenlingen bij elkaar. De bewoners toonden geen warme gevoelens voor elkaar. Ik moest aanvankelijk, als ik er uitgenodigd was om te eten, erg mijn best doen om mee te komen: aan tafel werd gesproken over Gott und die Welt, small talk en gevoelens waren taboe. Het enige lage dat mocht, was geroddel over de vele vijanden van Castrum.

Het leven in de Castrum-sekte was in scene gezet. De vrienden kenden elkaar alleen als de toneelspelers in hun rollen. Als toneelspelers misbruikten de vrienden geen jongens en jonge mannen. Als Wolgang Frommel me tongzoende in de lift na een bezoek aan hem en zijn stijve pik tegen me aandrukte was dat geen misbruik. Hoe beter de rol gepeeld werd des te minder werd het misbruik als misbruik ervaren. En soms was er misschien ook geen misbruik, als een hartstochtelijke kus die onvermijdelijk was, tenminste niet als zodanig beoordeeld wordt.

Omdat niemand elkaar kende, bleven de eenzame gevoelens en gedragingen van de individuele vrienden op de achtergrond. Hun seksuele avonturen binnen en buiten de sekte, hun zwijgzame gefrustreerde relaties met hun van alles vermoedende, maar weinig wetende echtgenotes, de onder de verzwegen geheimen van hun vader lijdende kinderen, genereerde nog meer eenzaamheid. Soms barstte de eenzaamheid toch door die achtergrond heen: een zelfmoord, een schandaal, een publicatie. Maar het was nooit voldoende om het décor van het Frommeltheater definitief neer te halen. Verheven eenzaamheid kent zichzelf immers niet. Er is nog altijd een wereld waarin het bestaan van de bakstenen muur aan het eind van het toneel wordt ontkend. Het is een eenzame wereld, die merendeels alleen nog door oude mannen wordt bewoond, een wereld die dus god zij dank op sterven na dood is.

Achter die muur leef ik mijn burgerlijke, widerliche bestaan met mijn man en twee kinderen.

____________

* De eerlijkheid gebiedt me zeggen, dat mijn officiële oudere vriend eigenlijk iemand anders was, namelijk de jongere vriend van de man die ik hier beschrijf. Hij was echter ideologisch niet zeer goed toegerust en zag en gebruikte de Frommel vriendenkring meer als een Rotary club.

** Ernst Glöckner beschrijft die afgedwongen erotische ontmoeting met George in 1913 in een brief aan zijn vriend Ernst Bertram. Na te lezen in Thomas Karlaufs George biografie uit 2007.

*** ‘Het syndroom van Anton-Babinski is een zeldzame aandoening die kan optreden na hersenletsel in de occipitale kwab. Mensen met het syndroom van Anton zijn corticaal blind, maar beweren, vaak hardnekkig en met name ten overstaan van duidelijk bewijs van hun blindheid, dat ze in staat zijn om te zien. Het niet accepteren van het onvermogen om te zien wordt door de patiënt verworpen door middel van confabulaties (fantasieën die bij de patiënt als feitelijk in het geheugen naar voren komen). Het syndroom is vernoemd naar Gabriel Anton en Joseph Babinski.’ https://nl.wikipedia.org/wiki/Syndroom_van_Anton

--

--

Frank Ligtvoet
Frank Ligtvoet

Written by Frank Ligtvoet

Dutch-American writer. Brooklyn. On Child Welfare, Gay Issues and More. Pieces in English and in Dutch

No responses yet