Vergangenheitsbewältigung ad. 194.000 Euro: Castrum Peregrini’s Europese Subsidie*

Frank Ligtvoet
8 min readJan 11, 2019

--

Castrum Peregrini, Herengracht 401, Amsterdam ©ARCAM

Op dinsdag 11 december 2018 in de lokale trein van Wiesbaden op weg naar Frankfurt Airport textten Paul Visser en ik met elkaar voor ik terug naar huis zou vliegen, naar Brooklyn, New York. Afscheidsgroeten zijn het. Niks bijzonders. Hartelijk. Het is nog donker buiten en mijn medereizigers, vroege werkers, zijn voor de ene helft heel erg wakker en voor de andere in halfslaap. Ik hoor bij de wakkeren. Paul is nog in het hotel in Wiesbaden en zal een paar uur later per trein terug naar Nederland reizen.

Paul en ik waren een verlengd weekend in december samen in Wiesbaden omdat Paul voor de Duitse commissie voor seksueel kindermisbruik zou getuigen over zijn ellendige ervaringen als 12-, 13-jarig jongetje met leden van de in Amsterdam gevestigde sekte Castrum Peregrini, een sekte die zich als esoterische Duitse literaire uitgever had vermomd. Ik had als oud-lid van die kring in Vrij Nederland een stuk over het systematische misbruik van jongens en jonge mannen bij Castrum gepubliceerd. Een bericht van Paul over zijn misbruik op een website die ik vond door de naam van zijn verkrachter, William Hilsley, te googelen met het zoekwoord ‘misbruik’, had de laatste zet gegeven om dat stuk ook daadwerkelijk te schrijven. Ik was Paul daarvoor erg dankbaar omdat die publicatie mij verlost had uit de angstige kerker van de zwijgzaamheid, die mij en mijn door een Castraat verkrachte echtgenoot meer dan dertig jaar lang gevangen had gehouden.

Ik was uit mijn woonplaats Brooklyn overgekomen om bij Paul in de buurt te zijn, nu hij voor het eerst na bijna veertig jaar zijn verhaal zou gaan vertellen aan een onafhankelijke instantie en er dus voor het eerst serieus en met begrip naar zijn woorden geluisterd zou worden. Hij zou spreken met Claudia Burgsmüller van de Duitse Unabhängige Kommission zur Aufarbeitung sexuellen Kindesmissbrauchs en twee van haar collega’s. In Nederland had niemand thuis gegeven om hem en andere slachtoffers te horen, niet de Nederlandse overheid die ik had benaderd, en zeker niet de opvolgers van de voormalige misbruikende leiding van Castrum Peregrini die pas na een eindeloze en intens vernederende strijd in de allerlaatste dagen van 2018 gehoor gaven aan mijn anderhalf jaar oude verzoek om een onafhankelijke onderzoekscommissie naar seksueel misbruik bij hun club in te stellen. Hun moeilijk na te volgen standpunt was dat zij, die wel de materiële erfenis in de vorm van onroerend goed, kapitaal en typografische vormgeving van Castrum volledig en de ideologische erfenis van Castrum in opgeschoonde en gemoderniseerde vorm hadden aanvaard, niet verantwoordelijk waren voor de geschiedenis van diezelfde stichting, voor de schanddaden van hun voorgangers. Zij zouden afstand hebben genomen van het verleden en zich omgevormd hebben tot een Europees georiënteerde culturele instelling.

Paul en ik hadden rond zijn zitting bij de Kommission twee dagen samen doorgebracht, hadden door de regen gewandeld op de Christkindlmarkt op de Schlossplatz die gedomineerd wordt door de oerlelijke neo-gotische Marktkirche en hadden lacherig warm bronwater gedronken uit de elegant overkoepelde Thermalbrunnen op de Kranzplatz. Maar we hadden vooral met elkaar gepraat, op straat en in cafe’s en restaurants, met namen als Café Extrablatt, Chookdee, Due Amici en Café del Sol. We hadden gepraat over zijn jarenlange seksueel misbruik als jongetje op het internaat Beverweerd begin jaren tachtig door de bejaarde muziekleraar William Hilsley eerst en diens jonge acoliet en internaatshuisvader Matthijs Pon daarna, die leden waren van de hooggestemde Castrum Peregrini sekte. En we hadden gepraat over wat dat misbruik met hem had gedaan, hoe het zijn leven had beïnvloed, tot op zekere hoogte had verwoest, gepraat over de jarenlange stilte rond zijn misbruik, die hem eenzaam had gemaakt, en hem soms had geïsoleerd van zijn familie, en hem bij tijden ongeschikt had gemaakt voor regulier werk. De ontkenning van zijn bestaan en zijn lot, zelfs nadat zijn Castrummisbruik publiek was gemaakt in Vrij Nederland in 2018, door de huidige leiding van Castrum Peregrini, had zijn zelfvertrouwen evenmin goed gedaan. Serieuze hulp had hij voor zijn problemen nooit gekregen en wiet was lang de beste pijnstiller gebleken.

We hadden het die twee dagen samen fijn gehad en aan boord van mijn vlucht in afwachting van het vertrek kreeg ik nog een opgewekte text van Paul. Hij had in de stationsrestauratie een mini-flesje champagne gekocht om de terugreis op te vrolijken. Daarna liet hij niets meer horen en was hij niet meer bereikbaar, ook niet na mijn terugkeer in Brooklyn. Ik begon me zorgen te maken.

Bij thuiskomst op de 11de december kreeg ik een serie andere texten, nu van een altijd goedgeïnformeerde vriend die die middag de afsluitbijeenkomst van het het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018 bijwoonde. Daar sprak — toevallig — een van de directieleden van Castrum, Lars Ebert, over de subsidie die de Stichting had ontvangen voor een project in dat Europese erfgoedkader met de titel Heritage Contact Zone. Het had volgens Ebert eigenlijk Heritage Conflict Zone moeten heten, maar met zo’n negatieve titel maakte je volgens hem niet veel kans in Europa. De zaal had er om moeten grinniken. Ik niet. Zijn project was onder de vele inzendingen een van de twee Nederlandse ‘winnaars’, zoals hij dat noemde. Het project had betrekking op het beladen verleden van Castrum. Er waren, zo zei hij, bij Castrum levens gered — in de oorlog overleefden er inderdaad twee onderduikers — en levens beschadigd en hoe moest je als organisatie met die geschiedenis omgaan, was de kwestie. Die geschiedenis zou de basis moeten zijn voor contacten, of zoiets. Er waren dus partners gezocht die ook een beladen, conflictueus verleden hadden, onder meer in Duitsland, Roemenië en Algerije. De vriend texte me terwijl Ebert voortpraatte live quips als: ‘Europees geld voor beladen erfgoed uitgekeerd aan daders’ en ‘Familie van Heutz krijgt geld om Van Heutz te rehabiliteren.’ Daar moest ík nu wel om grinniken.

Maar meer dan erom grinniken, kwetste het me. Het kwetste me allereerst op een persoonlijk niveau: ik was twee jaar — met hulp van velen — privé en publiekelijk aan het werk geweest om met dat beladen verleden om te gaan, met het mijne, met dat van mijn echtgenoot, met dat van Paul en van de anderen die ooit in Castrums web waren gevangen. Dat was niet alleen een emotioneel zware tocht geweest, maar ook een kostbare. Ik had bovendien de honoraria die ik voor mijn publicaties over seksueel misbruik bij Castrum Peregrini ontving, niet willen innen omdat ik aan die ellende die ik de wereld instuurde niet wilde verdienen. Het was bitter dat het grootste obstakel bij mijn werk maanden en maanden lang het huidige Castrum was geweest, van laag tot hoog, van Lars Ebert en zijn mededirecteuren, van NIOD-medewerker Eric Somers en zijn medebestuurders, van ex-burgemeester Job Cohen en ex-NIOD directeur Marjan Schwegman en hun mede-Aanbevelingscommissie-leden. Ik had er in Het Parool over geschreven, Castrum had gereageerd en ik had daarop weer een stukje geschreven. Maar de zaak had in juli 2017, meteen na de publicatie mijn eerste stuk in Vrij Nederland, dus 18 maanden geleden, aangepakt kunnen worden zodat de schade voor alle betrokkenen, in het bijzonder voor de slachtoffers maar ook voor Castrum zelf, beperkt was gebleven. De defensieve, en hoogst ongelukkig geformuleerde stukken die de directeuren in reactie op de misbruikverhalen in die 18 maanden op hun website plaatsten, zullen de Castraten tot in lengte van dagen blijven achtervolgen. Zelfs nu ze plotseling van de website afgehaald zijn.

De Europese subsidie kwetste me ook ‘intellectueel’: Castrum weigerde haar geschiedenis te aanvaarden waar het de slachtoffers en hún verdoemde geschiedenissen betrof. Maar Castrum aanvaardde die geschiedenis wel, getuige de subsidietoekenning, wanneer dat beladen verleden leidde tot een mooi internationaal project. Castrum ontving voor die hypocriete houding 194.000 Euro van de Europese Unie.

Ik wilde het niet bij gekwetstheid laten. 18 maanden en een weekend in Wiesbaden hadden me niet zachtmoediger gemaakt: als als iemand voor het verwerken van het beladen Castrum verleden 194.000 Euro verdiende was het Paul wel. In Nederland benaderde ik dus de geëigende kunstambtenaren, maar vond niemand in die wereld die iets wist ván of iets te weten kon komen óver de Europese Castrum-aanvraag en de toekenning ervan. Wonderlijk maar waar. Een van mijn contacten raadde aan om dan ondanks alles Lars Ebert te vragen. Dat deed ik niet. Een ander suggereerde de Nederlandse Europarlementariërs te benaderen om hen te vragen eens naar deze merkwaardige zaak te kijken. Dat deed ik wel en ik schreef vijf leden van verschillende partijen, met de vraag zich in deze kwestie te verdiepen. Ik begrijp best dat 194.000 Euro in de EU begroting niks betekent, en dat de leden van het Europarlement zich rationeel gezien beter druk kunnen maken om grotere bedragen, maar vanuit mijn perspectief werpt de wijze waarop Castrum met zijn erfgoed is omgegaan een smet op dat hele Europese Jaar van het Cultureel Erfgoed. Erfgoed gaat immers in het beste geval om levend verleden, en ja, wij leven nog. Ik hoop dat naast de twee parlementariërs, die contact zochten, de andere drie in de komende weken ook zullen antwoorden.

De vraag kan rijzen waarom ik nu Castrum eindelijk besloten heeft onafhankelijk onderzoek naar het misbruikzaak uit te laten voeren, deze Europese kwestie nog opbreng? Ik heb me inderdaad afgevraagd of zwijgen niet beter zou zijn, maar goed of niet, ik krijg mijn angstige kerker van zwijgzaamheid niet meer op slot, en de slopende 18 maanden durende exercitie van Castrum om mij en ons niet serieus te woord te staan en zodoende te proberen ons tot zwijgen te dwingen, heeft me ongezeggelijk gemaakt. Maar meer nog dan dat: ik vertrouw die Castrum mensen niet meer. Het praatje van Ebert getuigt nog altijd van een diep gebrek aan empathie en van een zelfzuchtige opvatting van de geschiedenis. Ik kan dus eenvoudigweg niet geloven dat de ondanks alles juiste beslissing om een onafhankelijke onderzoekscommissie in te stellen, voortkomt uit begrip voor de slachtoffers en inzicht in de geschiedenis. Ze is naar mijn idee het gevolg van de voortdurende druk van buitenaf, van een paar verstandige individuen rond de organisatie, van de kunstwereld zelf en vooral die van de Nederlandse en Duitse pers. Bovendien: zonder die commissie was het doodsvonnis van Castrum als Intellectual Playground waarschijnlijk al wel getekend.

En Paul? Hoe liep het met Paul af? Net op het moment dat mijn zorgen zo groot waren geworden dat ik actie wilde ondernemen, kreeg ik een korte text van Paul als een teken van leven. Zijn getuigenis in Wiesbaden had ondanks zijn opgewektheid tijdens onze dagen samen zijn tol alsnog geëist. De spoken van de geschiedenis waren de 11-de december opnieuw tot leven gekomen. Paul maakt het inmiddels overigens goed.

*Ik zie net in de stukken dat het niet om €194.000 Euro gaat, maar om €196.200. Ik wil de titel van mijn bijdrage niet veranderen, maar €2.200 is op zichzelf ook een niet mis te verstaan bedrag.

--

--

Frank Ligtvoet
Frank Ligtvoet

Written by Frank Ligtvoet

Dutch-American writer. Brooklyn. On Child Welfare, Gay Issues and More. Pieces in English and in Dutch

No responses yet