Oh boy! Here we go again. Castrum Peregrini en het Misbruikrapport van de Commissie Bauduin
Het valt me zwaar nu opnieuw een stuk over dat verdomde Castrum te moeten schrijven. Ik heb na meer dan twee jaar geschrijf en gepraat in Vrij Nederland, Frankfurter Allgemeine Zeitung, Het Parool, Trouw en de Volkskrant genoeg van mijn eigen zich steeds herhalende stem en ik kan het niemand, die de media over deze zaak heeft gevolgd, kwalijk nemen ook genoeg van die stem te hebben. En nu ik een stuk schrijf over de bezwaren die ik heb tegen het rapport van de Commissie Bauduin die het seksueel misbruik onderzocht bij de Amsterdamse stichting tijdens en na de oorlog — en dat zonneklaar en in pijnlijk detail aantoonde — hoor ik in mijn verbeelding mijn critici sissen: ‘Is het dan nooit genoeg? Hou toch eens op.’ Maar verdomme, ophouden lukt me nog niet. En als u dat spijt, weet dan dat het mij nog veel meer spijt.
Begin mei verscheen dan dat rapport van de Commissie. De opdracht voor een onafhankelijk onderzoek kwam, na eindeloos gedram van de slachtoffers, uiteindelijk van de stichting Castrum Peregrini, die zich tot diep in 2018 tot het uiterste had verzet tegen een dergelijk onderzoek.
De onderzoeksopdracht luidde: ‘De commissie doet onderzoek en stelt een feitelijke reconstructie op van de aard en omvang van seksueel misbruik door Wolfgang Frommel en zijn directe omgeving. Het onderzoek moet inzicht bieden in de omstandigheden waarin het misbruik heeft plaatsgevonden en indien mogelijk verantwoordelijkheden benoemen. Het onderzoek heeft tot doel bij te dragen aan erkenning van al diegenen die door misbruik leed hebben ondergaan.’ Dat klonk toen ik die tekst onder ogen kreeg bij het begin van het onderzoek in december 2018 precies goed: het doel was erkenning van de slachtoffers. Toen het rapport uitkwam keek ik meteen naar de aanbevelingen, tien aanbevelingen, en ik schrok, die aanbevelingen gingen toch vooral niet over die erkenning. De eerste zeven hadden betrekking op wat de stichting Castrum Peregrini moest doen om te overleven. En dan als een afterthought volgde twee aanbevelingen voor de slachtoffers, waarvan er een inderdaad erkenning betrof. De tiende aanbeveling was technisch van aard. Er was voor die eerste zeven aanbevelingen dus geen enkele relatie met de opdracht, maar ook niet met het rapport zelf, dat duidelijk en goed was en waarin het huidige Castrum geheel niet aan de orde kwam.
Een van onze Amsterdamse supporters hernoemde het rapport al snel het ‘adviesrapport’ in plaats van ‘misbruikrapport’. En dat was het ook. Ik heb vannacht wakker gelegen, niet omdat ik me vergist had in de commissie, omdat ik opnieuw op de boven ons gestelden had vertrouwd, omdat zij voor de institutie hadden gekozen en lippendienst hadden bewezen aan wie het misbruik in naam van diezelfde institutie was gepleegd. Ik lag vannacht wakker, niet om het rapport, maar omdat een van de slachtoffers een poging tot ‘suicide by cop’ deed.
In de buitenwereld van de media hielden we ons allemaal netjes en zwegen, omdat het eerste belang bij déze boodschap van het rapport lag: seksueel- en machtsmisbruik waren deel van een systeem binnen Castrum en dat had talloze slachtoffers gemaakt. De bezwaren, die gedeeld werden door zeven in het rapport duidelijk identificeerbare slachtoffers, wilden we desondanks meteen na verschijning namens ons allen publiek maken en stelden de commissie voor die in een document vast te leggen en aan het rapport toe te voegen. De commissie stond ons dat niet toe.
In een interview in de Volkskrant met mijn echtgenoot Nanne Dekking en mij een paar weken na de publikatie van het rapport, brachten we iets van onze bezwaren en verwachtingen tot uiting. Nanne was het meest direct: ‘[Ik had] verwacht dat de commissie-Bauduin na het onderzoek de conclusie zou trekken dat Castrum Peregrini haar deuren moest sluiten.’ Het probleem van de aanbevelingen bespraken we in algemene zin. Ik hoopte dat we — nu dan via de media — gehoord zouden worden, maar er volgde geen reactie van de commissie.
Wat had ik graag gezwegen. Wat had ik graag gezwegen, maar oh boy, here we go again. Hier dus de bezwaren per aanbeveling.
1. De naam Castrum Peregrini moet gewijzigd
‘Vasthouden aan de naam Castrum Peregrini zou betekenen dat er een keuze wordt gemaakt die geen verbondenheid met de samenleving van vandaag weerspiegelt en dat is toch juist datgene wat de huidige bestuurders wensen.’ In de eerste aanbeveling gaat het dus om de ‘wensen van de bestuurders’. Zouden de wensen — en noden — van de slachtoffers niet het eerste belang van de commissie hebben moeten zijn?
2. Het appartement van Frommel moet onruimd
‘Wie aan het duistere verleden van seksueel misbruik een einde wil maken, wil niets meer te maken hebben met tastbare herinneringen daaraan.’ In tegendeel lijkt me: de plek moet ons eraan herinneren dat achter een nobele geestelijke, maatschappelijke en ideologische façade tientallen jaren ellendig seksueel misbruik is gepromoot en zich heeft afgespeeld.
3. Het bestuur van de Stichting Castrum Peregrini zou ook een einde moeten maken aan de opslag van de bibliotheek van Wolfgang Frommel en de bekostiging daarvan
In tegendeel dus. De kosten moeten eeuwig op de stichting blijven drukken als herinnering aan het schuldige verleden. De erfenis van Frommel mag ook hier niet weggewist worden.
4. De naam van de stichting moet Huis van Gisèle worden
De stichting zou dus de naam krijgen van een vrouw die van het misbruik wegkeek, die deze misdadige organisatie jarenlang heeft gefinancierd, die met haar keurige naam Castrum salonfähig maakte, die een essentiele rol speelde in het groomen van jongens en jonge mannen, die per traditie aan haar gepresenteerd werden.
5. De woorden ‘vriendschap’ en ‘vrijheid’ moeten verdwijnen uit de doelstelling
Dat ze tot nu toe gebruikt werden, zelfs nadat afstand was genomen van Frommel is een gotspe. Castrum kokketeerde met het verleden, maar wenste er geen verantwoordelijk voor te nemen.
6. Het huis moet een nieuwe functie krijgen
‘Er is volgens de commissie plaats voor een huis, een culturele instelling die onderdak kan bieden aan kunstenaars, die zich richt op het brengen van de allerlei vormen van culturele uitingen en in die zin verbindend kan zijn.’ De commissie heeft, lijkt me, gezien haar samenstelling geen enkele autoriteit en geen enkele competentie op het gebied van cultuurpolitiek. Een dergelijke vraag over deze kwestie zou kunnen worden voorgelegd aan beter geequipeerde gremia.
7. De onderduikgeschiedenis moet herschreven worden
Inderdaad.
8. De slachtoffers moeten door Castrum erkend worden
Daar is tot nu toe geen sprake van geweest. De slachtoffers hebben via de Secretaris van de Commissie een algemene verwijsbrief van Castrum Peregrini ontvangen naar Slachtofferhulp. Zeven slachtoffers, allen bekend bij de Castrum direktie, hebben de Commissie gevraagd Castrum te manen hun kille houding te wijzigen, maar de commissie was daar niet toe bereid. Ik werd zelfs door Castrum ‘on-erkend’: mijn twitter account werd geblokkeerd.
9. De slachtoffers moeten genoegdoening krijgen
De in 8. genoemde verwijsbrief wees ook daar de weg naar een semi-overheidsinstantie, het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Het is een ellendige gedachte dat de slachtoffers door de commissie geacht worden te vragen om hulp en steun en dat hen die niet aangeboden wordt. Dit is wat de commissie schrijft: ‘De commissie roept slachtoffers op — voor zover ze dat nog niet hebben gedaan — om contact op te nemen met Slachtofferhulp Nederland voor praktische, juridische, emotionele ondersteuning en — waar dat gewenst wordt — herstelbemiddeling.’ De commissie roept op. Niet: Castrum roept op.
10. Er moet een samenvatting van het rapport in het Duits verschijnen
Inderdaad. Die is er nu ook
Moet het Castrumverhaal eindigen met de gretige, al te gretige overname van de Bauduin-aanbevelingen door het bestuur van Castrum? Castrum is gered? En de slachtoffers kunnen zich nu melden bij het loket van Slachtofferhulp en het Schadefonds Geweldsmisdrijven? En nieuwe slachtoffers die zich nu na beeindiging van het onderzoek melden — ik heb er inmiddels vier geteld — kunnen zich aansluiten bij de rij voor dat loket en zullen het Huis van Gisèle niet meer lastig vallen? Nee, zo eindigt het niet.