Humanity in Action schort toekomstige samenwerking met H401/Castrum op
Brooklyn, 26 maart 2021
Eindelijk heeft een culturele stichting besloten de samenwerking met de Amsterdamse stichting H401/Castrum definitief op te schorten. Humanity in Action Netherlands (HIA), de Nederlandse tak van een internationale jongerenorganisatie die zich inzet voor mensenrechten, democratie en inclusiveit, besloot daartoe na onderzoek naar de achtergrond van H401/Castrum en haar directie. Aanleiding tot dat onderzoek was de publikatie van een artikel in de Groene Amsterdammer van 13 Januari 2021, In het huis van Gisèle. Dat stuk behandelde onder meer een H401-programma over manlijke seksualiteit, SHAME! Exploring Masculinity, waaraan HIA had meegewerkt.
Kern van de zaak was dat de driekoppige directie van H401 — Michael Defuster, Frans Damman en Lars Ebert — in het Groene-artikel te kennen gaf dat zij geen weet had gehad van het decennialange geritualiseerd seksueel misbruik van vooral jongens en jonge mannen, misbruik dat had plaatsgevonden in hun stichting sinds de oprichting in de jaren vijftig van de vorige eeuw en in hun huis in de jaren daarvoor. De stichting heette bij de onthulling van het misbruik nog Castrum Peregrini. Ik was verantwoordelijk voor dat ‘nieuws’, bij wijze van een stuk in Vrij Nederland in 2017 In de schaduw van de meester. Ik en andere ooggetuigen uit de jaren van het misbruik wisten sinds lang dat de direktie loog over haar onwetendheid. In een ingezonden brief van 3 februari in de Groene liet ik dat blijken en gaf aan dat de directie niet alleen volledig op de hoogte was maar bovendien medeverantwoordelijk was voor het misbruik: ‘De rol van de huidige H401-leiding in de ‘oude’ stichting wordt in het artikel van Roos van der Lint […] incorrect weergegeven. Een deel van de huidige directie was immers actief lid van de Castrum-sekte, was geworven binnen Castrums geseksualiseerde, pedo- en efebofiele ‘vriendschaps’-systeem door een oudere vriend. Zij organiseerden mede de jaarlijkse rituele feesten waarin de Castrum-ideologie van de pederastie werd gecelebreerd.’ Die brief wekte de interesse van een van de senior fellows van Humanity in Action, die de kwestie binnen zijn kring aan de orde stelde. Ook ik had me inmiddels bij HIA gemeld.
Het onderzoek dat HIA vervolgens deed, hield onder meer ook een gesprek in met mij. Ik probeerde het volgende over te dragen. H401 v/h Castrum Peregrini was een homoerotische sekte waar de leden tijdens een hooggestemde rite ingewijd worden. Een seksuele, soms gewelddadige initiatie van een nieuw, jong en soms minderjarig lid door een oudere ‘vriend’ had dan al plaatsgevonden. De sekte had zijn wortels in Duitsland en was naar Nederland geëxporteerd door de Duitse dichter Wolfgang Frommel. Een van de directeuren, Michael Defuster, nam in reactie op het schandaal al eerder publiekelijk afstand van Frommel en de sekte — en daarmee van het seksueel misbruik — in een stuk op de website, dat inmiddels weer verdwenen is: ‘Enkele persoonlijke gedachtes over het verleden en het heden van Castrum Peregrini’. Hij suggereert daarin — net als in het Groenestuk — dat hij die sinds 1984 kind aan huis was bij Castrum nooit iets in Frommel en diens wereld had gezien en niks met de sekte van doen had.
Dat is allemaal onzin. In 1994 verscheen zijn met twee anderen gemaakte vertaling van een ‘heilige’ Frommel-tekst De Inkeer der Goden in een traditionele Castrum publikatiereeks. Midden jaren tien van deze eeuw tweette Castrum nog een portret van Frommel met zijn mecenas Gisèle d’Ailly met het onderschrift ‘Stille Helden’. Het was een verwijzing naar een internationaal Castrumprogramma van die naam in 2015 en in een promotiefilmpje daarvoor op Vimeo krijgt Frommel nog alle eer.
En wat de sekte betreft: die bleef na Frommels dood in 1986 vooralsnog gewoon bestaan — al viel die in subsekten uit elkaar — en Defuster werd er in 1987 ingewijd. Hij werd ingeleid door zijn oudere vriend Wolf van Cassel, die inmiddels als een van de serieuze misbruikers in de sekte bekend is geworden. Defuster hield het lang vol in de sekte: er is sprake van Defusters betrokkenheid in een of ander vorm bij de rituele feesten tot aan 2009, toen de overdracht van de verkoop het huis waar de feesten werden gevierd op verzoek van Castrum werd uitgesteld zodat er nog een laatste feest gevierd kon worden. Defuster zou als organisator zelfs eens voorgesteld hebben het diner, dat volgde op de ritus, liggend als bij de Grieken in Plato’s Symposium te laten plaatsvinden.
Defuster wist van ook het misbruik, dat hij misschien vanuit het perspectief van de sekte niet als misbruik zag. Het ellendige geval Lodewijk speelde zich bij voorbeeld gedeeltelijk onder zijn neus af. Lodewijks verhaal kan men hier nalezen. Lodewijk deelde met Defuster en Wolf van Cassel [sic] een langere periode dezelfde woonruimte.
Die woonruimte, de zogenaamde Komturei, staat centraal in de hier gelinkte video van een gesprek met twee Castrum slachtoffers onder leiding van de huidige eigenaar, kunsthistoricus, galerist en organisator van het jaarlijkse Queer Currents project Gijs Stork. Het zijn de vertaalster Christiane Kuby en kunstenaar Luk van Driessche. Uit het publiek hoort men later in de opname ook de stem van Lodewijk, die zijn verhaal doet. Verder hoort men Joke Haverkorn van Rijsewijk spreken, die in 2013 een onthullend memoir over haar verhouding met oppermisbruiker Wolfgang Frommel publiceerde: Entfernte Erinnerungen an W. Haverkorn presenteerde het boek, dat vol staat met verhalen over haar misbruik maar ook dat van anderen, bij Castrum Peregrini. Ook in 2013. Vier jaar vóor mijn VN-stuk. Haverkorns ingezonden brief naar aanleiding van het Groenestuk, die onder de mijne geplaatst werd, liegt er trouwens ook niet om.
Tijdens feest in 1987 waar Defuster werd ingewijd, werd ook Jan Petrus Rozenbroek tot de sekte toegelaten. Hij is een voormalig H401/Castrum bestuurslid en nu lid van de ‘supervisory board’. Een van mijn mede-ooggetuigen spreekt nadrukkelijk ook van Frans Damman als ingewijde. Ik heb daar geen tweede getuige voor maar ik heb er eerlijk gezegd ook niet naar gezocht.
Het H401/Castrum misbruik is gedocumenteerd in het zogenaamde Bauduin rapport uit 2019. Het is verschrikkelijke en schokkende lectuur. Het onderzoek stopt echter bij de dood van Frommel in 1986. Er is vanuit het perspectief van de slachtoffers van alles mis met dat rapport, dat — laat ik het maar éen keer hardop zeggen — de slachtoffers opnieuw misbruikte om de stichting te redden. Het grootste manco is dat er geen onderzoek gedaan is naar het mogelijk misbruik dat plaatsvond na 1986: de sekte bleef immers ook zonder Frommel doorwoekeren. Er werd dus ook niet naar de rol van de huidige bestuurders gekeken. Ik heb indertijd zowel de H401/Castrum’s Raad van Aanbeveling in de persoon van Erik Somers, als de Secretaris van de Commissie van het Bauduin rapport, Bert Kreemers, geïnformeerd over die bestuurders. Er werd niet op gereageerd. De Raad van Aanbeveling die weigerde met me te praten hield ik via een persoonlijk omweg op de hoogte. To no avail.
Met de reactie van Humanity in Action daarentegen ben ik natuurlijk erg blij. De organisatie doet haar naam eer aan. Ik hoop dat er nu meer culturele instellingen en subsidiegevers zullen volgen. Het zou H401/Castrum Peregrini dwingen eindelijk echt openheid van zaken te gaven.